Wat doe je als je je lichaam niet meer kent
Twee jaar lang wist ik niet meer hoe mijn eigen lichaam werkte. Hoe ik moest staan, waar mijn handen thuishoorden, hoe de pijn te managen of te verbergen, of mijn spieren nog wisten hoe te bewegen. Mijn ademhaling was onregelmatig, mijn hartslag chaotisch. Alsof ik vreemd was geworden in mijn eigen huis.
Gevangen in het medische labyrint
Twee jaar zat ik grotendeels in een rolstoel door een foute diagnose. De artsen spraken niet met elkaar, ook al vroeg ik dat keer op keer. Ieder bleef gevangen in zijn eigen vakgebied en schreef medicatie voor die enkel symptomen dempte. Pillen werden in mijn lijf geperst tot ik niet langer stevig stond, vaak verstrooid en gedesoriënteerd, alsof mijn hoofd achterliep bij mijn lichaam.
En toch bleef ik dezelfde: een moeder die haar kind voorop zette, ook wanneer mijn lijf schreeuwde om rust en ik voorbij mijn pijn moest reiken. Een vrouw met een vermoeide ziel, een brein dat bonsde van overprikkeling en een lichaam vol onzichtbare blauwe plekken. Een partner die te lang klein gehouden werd, gevangen in verhalen van angst, opgesloten in een kooi die geen ruimte liet om te groeien tot wie ik werkelijk was.
Artsen herhaalden steeds dezelfde zinnen: “kalm aan, geen stress! Niet forceren.” Tot de hersenscans kwamen en ik eindelijk bevestiging kreeg van een onderdeel die mijn dagelijks leven belaste: de chronische migraine was echt.
Opluchting dat ik het me niet inbeeldde.
Geschrokken omdat het effectief zichbaar was in mijn hersenen.
Nog iets erbij… Mijn studies moest ik abrupt stopzetten. Ik werd van de ene naar specialisct doorgeschoven, telkens opnieuw een dossier, telkens opnieuw wachten. Stilzitten bracht geen rust, alleen spanning.
Het keerpunt: 2022
2023 werd mijn eerste bevrijding. Het jaar waarin ik besloot mijn zoon te vergezellen en zo samen op de eerste plaats naast hem ging staan, weg van alle onderdanigheid. Ik leerde “nee” zeggen tegen wat me klein hield, “ja” tegen wat me deed groeien. Het was het begin van het herwinnen van mijn stem, van het claimen van mijn ruimte in deze wereld. Het was geen korte strijd. Vele uitdagingen botsen tegen me aan, grijnsden maar ik bleef vooruit kijken.
2025: Het jaar van transformatie
En nu is 2025 het jaar van echte transformatie geworden. Het ontdekken van mijn eigen kracht en gaven, het ja-zeggen tegen het onbekende. Naast de klassieke medicijnen zoek ik alternatieven: ademwerk dat mijn zenuwstelsel kalmeert, yoga die mijn spieren opnieuw leert vertrouwen, voeding die mijn brein voedt in plaats van verdooft. Elke week zeg ik aarzelend of vastberaden ‘ja’ tegen iets nieuws: een massage die trauma loslaat, een gesprek dat oude wonden heelt, een wandeling die mijn lijf herinnert aan zijn natuurlijke ritme.
Mijn ziel fluistert dat er meer mogelijk is dan wat de wetenschap voorspelt.
Wat het lichaam bewaart
Onderzoeker Robert Sapolsky beschrijft in “Why Zebras Don’t Get Ulcers” hoe spieren meer onthouden dan training. Ze bewaren ook angst, pijn, verlies. Chronische stress activeert de amygdala en zet het lichaam in alarm, verstrakt elke vezel. Bessel van der Kolk toont in “The Body Keeps the Score” aan hoe onverwerkt verdriet en trauma zich letterlijk in het lichaam vastzetten, als spanning, kramp of pijn. Herstel begint pas wanneer we opnieuw leren luisteren naar die taal.
En verdriet spreekt luid. Spirituele tradities zien rouw niet als een einde maar als een poort. Zoals Thich Nhat Hanh schreef in “No Death, No Fear”: verdriet kan ons hart openbreken en zo de weg vrijmaken voor compassie en verbondenheid. Ik voel dat wanneer ik mijn tranen toelaat. Verdriet laat mijn lichaam opnieuw herinneren wat liefde is.
De kracht van aanwezigheid
Onderweg waren er mensen die mij begroette, een stuk met mee meewandelden, zonder me te willen fixen. Geen heiligen, maar gewoon aanwezig. Een hand op mijn schouder, een blik die bleef hangen, een stem die niet schrok van mijn stilte. Dat waren de momenten waarop mijn lijf wist: ik ben niet alleen mijn pijn.
Voor de spiegelwand
En dan die dag voor de spiegelwand. De vraag: “Wat zie je?”
Mijn ogen deden er alles aan om niet te kijken. Mijn ademhaling werd oppervlakkig, mijn hart bonkte. Ik hield me vast aan elk detail in de weerkaatsing behalve aan mezelf. Tot ik toegaf en recht in mijn eigen ogen keek en zo omlaag ging waarnemen.
Ik zag een lichaam dat gehuild had en nog huilt. De opgeblazen buik, de bolle wangen, de vermoeide ogen. Tranen van schaamte stroomden over mijn gezicht, warm en bitter.
Maar ik zou ik niet zijn als ik dat beeld niet samen met mijn trainer draaide naar een vooruitzicht. Spierkracht die weg is, maar ook de mogelijkheid om terug te keren. Ik zag een vrouw die blijft kiezen. Voor zichzelf. Voor haar zoon, haar man en voor de vrienden die met haar dit leven delen.
Het opnieuw beginnen
Het herwinnen van zelfrespect begint hier. In het kijken zonder oordeel. In het weigeren mezelf te reduceren tot verlies. In het kiezen om opnieuw te beginnen, opnieuw te leren bewegen in mijn eigen lichaam.
De tranen mochten komen, net als de woede en de teleurstelling. Ze horen bij mijn lichaam zoals littekens bij een huid. Misschien is dat wel de grootste les: dat genezen geen rechte lijn is, maar een beweging, een ritme, een universum dat telkens nieuwe lagen toont.
Van niet weten hoe mijn lichaam werkte naar het opnieuw leren vertrouwen op zijn wijsheid. Van vervreemding naar verbinding. Van overleven naar leven.
Bronnen die mijn pad verlichtten:
Bessel van der Kolk, The Body Keeps the Score
Robert Sapolsky, Why Zebras Don’t Get Ulcers
Thich Nhat Hanh, No Death, No Fear
Jon Kabat-Zinn, Full Catastrophe Living



