Vera vroeg me wat mijn lichaam op dat moment nodig had.
Mijn lichaam antwoordde meteen: een stroom van woorden, herinneringen, oude, grappige en ook ernstige dialogen. Bij haar was er vertrouwen. In de smalle hal waar ze haar armen opendeed leek de rest van de wereld weg te vallen. Mijn kleine innerlijke ik mocht haar hoofd laten rusten, even schuilen in die omhelzing voor we blij naar het station stapten.
Thuis wachtte een spraakbericht dat als een golf van ontgoocheling binnenkwam. Ik probeerde te voelen waar het precies in mijn lijf landde, en die plaats was pal tussen mijn borsten. Mijn hoofd was alweer op zoek naar andere mogelijkheden.
De volgende dag was EMDR het middel waardoor een bepaald gevoel eindelijk ruimte kreeg om te zijn. We gingen steeds dieper in op die ontgoocheling. Waar kwam het vandaan? Waarom hield iemand zich niet aan een afspraak, waarom koos ze liever iets anders dan tijd met mij? Waarom liet ze me als veertienjarige drie kwartier wachten om dan te bellen dat ze iets anders was gaan doen? Waarom was ik niet goed genoeg?
Vanuit die ontgoocheling zakte ik verder in afwijzing, gevolgd door verdriet. En onder dat verdriet lag schaamte.
In mijn handen trilden de groene bakjes. Mijn lichaam protesteerde, probeerde te ontwijken, maar mijn ziel liet haar niet ontsnappen. Ik kokhalsde, voelde de oude steken in mijn onderbuik. De bal die zich normaal nestelde in mijn keel wanneer het mentaal zwaar werd, kroop omhoog tot achter mijn gehemelte, de uitgang net niet vindend.
Mijn kleine blonde ik stond daar, lijkbleek, tierend onder mijn borstbeen, met gebalde vuisten en al haar spieren opgespannen. Ze wilde niet opnieuw, maar ze moest. En toen het eindelijk stil werd, streelde ze van binnenuit mijn schouderblad en legde haar hoofd zachtjes tegen mijn wervelkolom. “Dank je dat je hebt doorgezet,” fluisterde ze, onhoorbaar voor een ander.
Ik was leeg, moe, rauw. Toch ging ik wandelen, om de stilte thuis uit te stellen, bang voor wat er nog kon loskomen. Ik stuurde mijn man een bericht. Hij kwam vroeger thuis. Voor hem ben ik wel de moeite.
Een dag later, op de tafel van de acupuncturist, brak ik open. Naaldjes in mijn huid, tranen over mijn wangen. “Laat het maar stromen, het is nodig,” zei ze, terwijl ze haar warme hand op mijn arm legde. Ze bleef. Tot mijn ademhaling zichzelf terugvond en tranen verdampt waren. Tot ik voelde: ik ben belangrijk genoeg om te blijven.
Vandaag kies ik stilte. Geen therapie, geen afspraken. Alleen zachtheid, liefde, ruimte en tijd.
