Mijn pad en Trauma Release Breathwork -8

Teruggeven wat niet van mij was.

De plaats waar herinneringen waarheid worden

Trauma Release Breathwork is een lichaamsgerichte ademtechniek waarbij de ademhaling in een rustig maar aaneengesloten ritme wordt verbonden. Door deze manier van ademen kan het zenuwstelsel zich reguleren en kan opgebouwde spanning verminderen, zeker wanneer je dit veilig en begeleid doet.  Sommige mensen ervaren tintelingen, emoties of lichamelijke reacties.

In de zon wandelde ik naar de psycholoog. Het was het soort ochtend dat je even doet geloven dat alles in orde is. Warmte op je gezicht, een rustig tempo, de wereld die zijn gang gaat.
Maar de laatste weken had ik aan alle kanten triggers gevoeld die weer kwamen piepen. Oude patronen die zich roerden. De vertrouwde druk om te voldoen aan verwachtingen en opgelegde eisen die nooit de mijne waren geweest. Verwachtingen die zonder overleg op mijn schouders waren gelegd, zonder ruimte voor wat ík nodig had.
Ik had grenzen gesteld. Consequent.
En dat had energie gekost op een manier die ik onderschat had. Maar die ochtend was er zon. Dus ik wandelde.

Op een kruispunt liet een auto van rechts me door, ondanks dat hij dat niet moest. Ik zwaaide en glimlachte. Een klein moment van menselijkheid tussen vreemden.
Wat ik niet wist, was dat een andere bestuurder dit zag als een uitnodiging om me ‘een lesje’ te leren.
Hij sloeg in en stopte een halve meter naast me.
Er volgden onterechte beschuldigingen. Het spelletje van iemand die zichzelf koste wat kost als winnaar wil zien.
Ik draaide me om.
Hij riep nog iets.
Ik draaide me terug en brulde vanuit een plek diep in mijn lichaam die ik zelf niet kende.
“FUCK YOU!”
De man begon hardop te lachen en duwde zijn gaspedaal in terwijl ik al op het voetpad stond.

In de zon.

Onder mijn borstkast keek mijn innerlijk kind verschrikt omhoog. Wat heb jij gedaan?!

Het was geen woede over die man.
Het was de opgestapelde vermoeidheid van weken waarin ik mezelf weer wat kleiner had gemaakt. Weken waarin grenzen al lang getrokken hadden moeten zijn maar ik de moed nog niet had gevonden. Weken waarin ik me schuldig voelde omdat ik ruimte begon in te nemen die eigenlijk altijd al de mijne was geweest.
Het gedrag van die automobilist was de druppel.
Maar de emmer was al lang aan het vollopen.

In diezelfde weken had ik opnieuw een stuk waarheid ontdekt over mijn verleden. Ik was jonger dan ik altijd had gedacht. Wat betekende dat alles langer had geduurd.
Het verdriet.
De verwarring.
Het onbegrip.
En ergens diep onder dat alles het stille besef dat de verhalen die mij over mezelf waren verteld misschien helemaal niet klopten.

Terwijl ik dat allemaal liet inzinken, begon mijn lichaam te reageren.
De linkerkant van mijn ruggengraat trok halverwege samen. Eerst was er druk. Daarna pijn die langzaam uitstraalde naar de voorkant van mijn ribben.
In lichaamsgerichte traumabenaderingen wordt vaak gezegd dat het lichaam signalen geeft en reageert, zelfs wanneer je hoofd nog probeert alles ‘normaal’ te houden.

Ik belde mijn man.
Hij zag mijn schrik door het scherm. De twijfel, de onzekerheid, de kwaadheid en ergens ook de verbouwereerdheid over mijn eigen reactie.
“Maar ik kan me dit niet permitteren,” zei ik. “Ik ga het KernBos vertegenwoordigen, een project om tot jezelf te komen en te onthaasten, en ik sta hier te brullen op straat.”
Hij keek me rustig aan.
“Je hebt menselijk gereageerd. Ook als oprichter van het KernBos blijf je mens. Die man gaat nu verder met zijn dag. En dat mag jij ook doen.”
“Waar heb ik jou toch aan verdiend” vroeg ik, terwijl een traan van opluchting en dankbaarheid loskwam. We namen afscheid en verbraken de verbinding.

Wat ik voelde, tussen mijn natrillende binnenwereld, was dankbaarheid. Dankbaarheid dat deze man aan mijn zij stond, wat er ook gebeurde.

Een tiental meter verder vroeg ik mezelf af wat ik nodig had om weer helemaal kalm te worden.
Er was niemand.
En ik ben ook niet iemand die zomaar een vreemde vraagt om me even vast te nemen.
Mijn ruimte is heilig. Niet iedereen krijgt daar een zitplaats.

Het was te warm voor een winterjas, maar te koud om zonder te lopen.
Ik had hem al uitgedaan en samengevouwen, legde hem tegen de muur van een huis, ter hoogte van mijn bovenrug.
Toen ging ik er tegen staan.
Mijn armen rond mezelf.

De eerste seconden bleef alles nog trillen vanbinnen. Alsof mijn lichaam niet goed wist of het mocht stoppen met vechten.
Maar langzaam gebeurde er iets.
De schaduw week terwijl ik mezelf vasthield.
Mijn ademhaling vertraagde.
En even later volgde mijn hartslag.
Twee minuten bleef ik zo staan.
Niemand die het zag.
Of misschien wel.
Het maakte niet uit.

’s Avonds kwam mijn man thuis en masseerde twee avonden lang die plek langs mijn wervels. Zacht, bijna zonder druk, en toch bijna ondraaglijk.
Het werd iets minder. Maar niet zoals het zou moeten.
Ik wist dat wat hij kon losmaken met zijn handen niet genoeg was voor wat zich daar vasthield.
Dit zat dieper dan spieren.
Voor mij voelde het alsof het in een laag zat waar herinneringen en gevoelens wonen die nooit woorden hebben gekregen.
Dus stuurde ik Ophélie een bericht.

Ophélie is geen psycholoog. Ze is holistisch lichaamswerker en Trauma Release Breathwork begeleidster.
Iemand die niet enkel via het hoofd werkt maar via het lichaam. Voor mij persoonlijk gaat dit werk verder dan therapieën die alleen via woorden proberen te begrijpen wat het lichaam soms al lang weet.


Twee dagen later stond ik daar weer.
Mijn fiets op slot tegen een jong boomstammetje dat met houten palen beschermd was, alsof het een harnas droeg.
Ik drukte op de bel.
Even later verscheen Ophélie.
Het was even geleden, maar soms vraagt innerlijke groei ook inzaktijd. Verwerkingstijd.

Ik vertelde over de laatste weken.
“Ach,” zei ze rustig.
“Nu begrijp ik waarom de hele cavalerie klaarstaat.”
“O.”

Tijdens het gesprek voor de effectieve sessie kreeg ik eindelijk woorden voor wat er in mij leefde.
Het voelde alsof er een monster in mij zat dat af en toe begon te brullen. Ophélie keek me rustig aan.
“Je bent geen monster.”

Mijn psychologe had eerder al gezegd dat wat ik ervaarde geen karakter was maar een vulkaan. Opgespaarde ergernissen, onderdrukte kwaadheid en emoties die jarenlang geen ruimte hadden gekregen.
Tot één druppel te veel was.
Mijn diepste angst was niet de uitbarsting zelf.
Maar wat ze betekende.
Ik wilde niet worden wat ik ooit van dichtbij had meegemaakt.
“Wat als ik zo uitval terwijl mijn zoon erbij is?”

Ophélie schudde haar hoofd.
“Jij bent dat patroon niet. Jij slaat niet. Jij vernedert niet. Jij manipuleert niet. Jij haalt geen plezier uit andermans lijden. Jij vecht niet tegen de waarheid.”
Ze keek me even aan.
“Jij bent waarheid.”

Ze leidde me naar de matras, controleerde of de kaarsen brandden en zette andere muziek op. Zachter. Trager dan anders.
Aan dat tragere tempo begon ik de aaneengeregen ademhaling.

Het duurde niet lang voor mijn handen en de zijkanten van mijn gezicht begonnen te tintelen. Dat soort tintelingen en veranderde gewaarwordingen komen vaker voor bij intens ademwerk, omdat je manier van ademen de balans van koolstofdioxide in je bloed verandert.

Twee keer gleed ik weg.
In freeze.
Eén keer kon ik mezelf terughalen.
Wat anders was dan vroeger, was dat ik erbij bleef. Ik beleefde de pijn zonder dat mijn lichaam volledig in beschermingsstand schoot.

De krampen.
De geur.
De bal hoog in mijn keel die dreunde tegen mijn verhemelte.
Af en toe zocht ik Ophélies ogen.
Niet om te praten.
Alleen om mezelf en mijn innerlijk kind te laten voelen dat zij er was.
Dat zij het was.

Nu kon ik ook antwoorden op haar vragen.
Langzaam begon het besef door te dringen dat alles wat mij ooit verteld was misschien niet klopte.
Het sloot niet aan bij mijn logica.
Niet bij mijn tijdslijn.
Het klopte niet.
Ik werd kritisch.
Zoekend en voelend in mijn herinneringen.
En in de verhalen die mij waren verteld.

Tot Ophélies vingers naast mijn wervels lagen.
Ik schreeuwde.
Probeerde mezelf het zwijgen op te leggen door mijn lippen op elkaar te persen.
Tevergeefs.
Ik schreeuwde opnieuw.
Schreeuwde dat ik het niet meer kon dragen.
Ze loste.
Ik kwam hijgend op adem alsof ik een marathon onvoorbereid had uitgelopen.

We praatten.
We zwegen.
Ik concludeerde.
En ik liet los.

De verhalen die anderen mij hadden verteld en die niet klopten.
De conditionering dat ik moest voldoen aan wat van mij verwacht werd, zonder overleg, ten koste van mezelf.
De aanname dat ik minder ruimte mocht innemen dan anderen.
De stilte die ik mezelf jarenlang had opgelegd om de vrede te bewaren.
Dat alles mocht blijven waar het thuishoorde.
In het verleden.

Wat ik meenam, naast een meer geopend lichaam en een geest die iets lichter aanvoelde, was geen grote openbaring.
Geen plots begrip dat alles verklaart.
Wel dit.
Helen gaat niet lineair.
Het begint soms door woorden van een boodschapper op straat.
Door een zelfomhelzing tegen een muur.
Door een foto met te weinig kaarsjes.
Door grenzen die je trekt ook al doet het pijn.
Door het leren loslaten van wat nooit van jou was.

En soms heb je iemand nodig die weet hoe je de deur opent.
Zonder die heilige ruimte af te nemen.
Ophélie weet dat.


Belangrijk om te weten: intensief ademwerk is niet voor iedereen geschikt. Bij sommige medische aandoeningen (zoals bepaalde hart‑ en oogziekten, epilepsie, ernstige psychiatrische klachten of een kwetsbare zwangerschap) wordt voorzichtigheid of overleg met een arts aangeraden. Voor mij is Trauma Release Breathwork een waardevolle aanvulling op, niet een vervanging van, reguliere medische en psychologische zorg.


Voor wie het pad van deze reeks wil volgen:
https://kernbos.be/trauma-release-workshop-ervaring/
https://kernbos.be/een-ademtocht-naar-bevrijding/
https://kernbos.be/de-trauma-buik-waarom-afvallen-soms-begint-bij-genezen-5/ https://kernbos.be/mijn-lichaam-wachtte-op-mijn-cocon/
https://kernbos.be/de-huilkreet-die-ik-dertig-jaar-had-ingeslikt/
https://kernbos.be/trauma-release-breathwork/
https://kernbos.be/de-vrouw-zonder-muur/

Bronnen
1. Brown, R. & Gerbarg, P. (2005) Sudarshan Kriya Yogic breathing in the treatment of stress, anxiety and depression. Journal of Alternative and Complementary Medicine.
2. Zaccaro, A. et al. (2018) How breath-control can change your life: A systematic review on psychophysiological correlates of slow breathing. Frontiers in Human Neuroscience.
3. Porges, S. (2011) The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-Regulation.
4. Levine, P. (2010) In an Unspoken Voice: How the Body Releases Trauma.
5. Van der Kolk, B. (2014) The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma.
6. Mehling, W. et al. (2011) Body Awareness: A phenomenological inquiry into the common ground of mind-body therapies. Philosophy, Ethics, and Humanities in Medicine.