Wat er gebeurt als je lichaam eindelijk mag breken

Er zijn dagen die je met twee handen en je hele hart mag vastgrijpen. Waarop je voelt dat een deur zal opengaan en je er door zal kunnen stappen. Zo een dag was dit.

Een nieuwe trauma release workshop, een ruimte waar je tegelijk wordt uitgenodigd en uitgedaagd om te ademen, te bewegen, te voelen en te breken waar je al te lang hebt geprobeerd heel te blijven. Ik was blij om Ophelie terug te zien. Blij om te mogen zijn met wat was en wat er kon zijn.

In eerdere sessies dacht ik telkens dat ik niet dieper kon. Dat de grens bereikt was en ik alleen nog langs de pijn heen kon lopen zonder erin te vallen.

Ik ademde in flarden, met een woestijndroge mond als gevolg. Rauwe lucht die nergens echt leek te landen. Ik kokhalsde, spuwde naar buiten wat binnen zat, in een volledig opgespannen lijf. Ik stootte woorden uit die leken uit een andere plek te komen, alsof mijn lichaam sneller wist waar de aandacht nodig was dan mijn hoofd kon volgen. Hierdoor kon Ophelie ook sneller werken op wat steun had, een extra hand.

En dan was er dat stille kantelpunt. Die fractie van een seconde waarin de kamer leek te wachten. Mijn borstbeen trilde. Mijn keel brandde. Mijn lijf wist het al voordat ik het zelf wist.

De schreeuw

De schreeuw kwam zonder waarschuwing. Een oergeluid dat achter mijn tong had liggen wachten, decennia. Het brak open wat nooit taal had gehad.

De tranen volgden uit ogen even ver opengesperd als mijn mond die schreeuwde. De muziek in de kamer veranderde van tempo om weer in mezelf te komen. Om alle cellen opnieuw van zuurstof te voorzien. Mijn handen waren in vuisten gebald. Gegijzeld door het zuurstoftekort. Ik dankte het universum en mezelf dat ik de dag ervoor mijn nagels gekortwiekt had. Mijn benen lagen in een pijnlijke positie maar ook daar was het wachten tot ik weer vrijheid en kracht kreeg ze goed te leggen. Mijn lijf moest eerst voelen dat het weer veilig was.

De anderen dronken al thee. Hun zachte geluiden waren aanwezig. Ik gaf mezelf de toestemming te blijven liggen tot mijn adem haar ritme terug had gevonden en de stramheid van mijn spieren grotendeels verdwenen was. Het echte werk gebeurde zoals altijd in die stilte. In die trage pulsen waarin het lichaam probeert te begrijpen wat er net is losgekomen.

Na de sessie trok ik een kaart. Talisman vol potentie. Een vrouw met vleugels, een cobra boven haar hoofd. Een blik die sprak over zielswerk en kracht.

Mijn wangen waren rood. Mijn ogen zwaar. Mijn haar warrig zoals altijd na een echte release. En toch voelde ik me helderder dan ervoor. Niet opgelapt. Niet bijgewerkt. Maar opengebroken op precies de plek waar iets mocht terugkomen dat ik ooit ben geweest.

Vandaag was mijn lijf dat voorwerp geworden. Mijn adem was het ritueel. Mijn schreeuw het antwoord op een oude vraag die diep in het donker had gewoond. Mijn stilte erna de wijding.

En nu mag ik rusten. Nu mag het lichaam verwerken wat de ziel al wist. En ergens onder al die lagen komt steeds opnieuw een stukje terug van wie ik ooit was. Er liggen nog meer lagen. Nog meer schreeuwen die wachten. Maar vandaag was deze.

Namasté