Wanneer je lichaam alarm slaat
over paniekaanvallen en waarom ze gebeuren
Soms gebeurt er iets kleins.
Een signaal op je telefoon.
Iemand die iets vraagt.
Een taak die erbij komt terwijl je al druk bent.
Een les die te lang duurt. Een bericht dat binnenkomt. Een vriend die ineens iets van je wil. Kleine dingen. Maar je was al moe, misschien al dagen, en dit ene dingetje maakt dat alles opeens te veel wordt.
Nog voordat je echt kunt nadenken, reageert je lichaam. Je adem gaat sneller. Je spieren spannen zich aan. De wereld voelt opeens benauwd, of juist heel ver weg. Wat mensen vaak een paniekaanval noemen, is eigenlijk iets anders.
Een paniekaanval betekent niet dat je lichaam het niet meer kan. Het betekent dat je lichaam te lang alles alleen heeft moeten dragen.
Die ene zin verandert alles. Niet omdat het je meteen beter laat voelen, maar omdat het anders naar paniek kijkt. Het is geen zwakte. Het is geen falen. Het is je lichaam dat probeert te zeggen: dit is te veel.
Hoe je zenuwstelsel werkt
Je lichaam heeft een slim waarschuwingssysteem. Je autonome zenuwstelsel, dat is het netwerk van zenuwen dat automatisch werkt, zonder dat je erover nadenkt, checkt de hele tijd of je veilig bent of niet. Het maakt niet uit of iets logisch gevaarlijk is. Het gaat erom of het gevaarlijk
voelt.
Wetenschappers hebben dit onderzocht in wat de polyvagaaltheorie heet. Die theorie laat zien dat je zenuwstelsel in verschillende standen kan staan, een beetje zoals versnellingen in een auto. Als je je veilig voelt, ben je rustig en kun je contact maken met anderen. Maar als je zenuwstelsel gevaar voelt, schakelt het over naar overlevingsstand. Vechten. Vluchten. Of, als zelfs dat niet lukt, bevriezen; alsof je vastzit.
Dit zijn geen dingen die je
kiest.
Het zijn automatische beschermingsreacties die je lichaam activeert om je te beschermen.
Je lichaam onthoudt alles
Onderzoek binnen de traumawetenschap, het vakgebied dat bestudeert wat overweldigende ervaringen met mensen doen, laat zien dat heftige gebeurtenissen zich niet alleen opslaan als herinneringen in je hoofd. Ze slaan zich ook op in je lichaam. In je spieren. In je ademhaling. In je hartslag. In hoe alert je bent. Je lichaam past zich aan om te overleven.
Je lichaam vergeet niet omdat het dwars is, maar omdat vergeten vroeger gevaarlijk was.
Daarom kan paniek opkomen op momenten die eigenlijk veilig zijn. De aanleiding hoeft niet groot te zijn. Soms is het gewoon de combinatie van moe zijn, stress en dan nog een onverwacht ding erbij. Soms is het gewoon: te veel tegelijk.
Je zenuwstelsel reageert voornamelijk op intensiteit en gevoel van overbelasting.
Wanneer het alarm zichzelf versterkt
Onderzoek naar interoceptie (het vermogen om signalen van binnenin je lichaam waar te nemen) laat zien dat gevoelens van paniek vaak beginnen met lichamelijke sensaties. Je hart gaat sneller kloppen. Je voelt druk op je borst. Je ademhaling gaat niet vanzelf rustiger.
Als je brein deze signalen interpreteert als gevaarlijk, kan er een alarmsignaal ontstaan dat zichzelf steeds sterker maakt. Niet omdat je de controle verliest, maar juist omdat je lichaam
controle probeert te krijgen.
Paniek is geen storing in je systeem. Het is een noodoproep.
En soms is er geen duidelijke reden.
Geen specifieke herinnering.
Geen gebeurtenis die je kunt aanwijzen.
Alleen een lichaam dat te lang heeft gewacht.
Te lang heeft doorgezet.
Te lang heeft volgehouden zonder dat iemand vroeg: hoe gaat het met je?
Niet alles wat je beschermt, kan blijven zwijgen.
Niet oplossen, maar erbij blijven
Wat mensen vaak als antwoord geven op paniek, is: probeer het te beheersen. Gebruik technieken. Leid jezelf af. Los het op. Soms helpt dat. Maar soms maakt het de strijd juist erger.
Voor veel mensen komt er juist rust wanneer ze stoppen met vechten. Als ze niet proberen om het gevoel weg te duwen, maar gewoon bij het gevoel blijven zonder te oordelen. Dat vraagt geen grote moed, maar wel toestemming aan jezelf. Anderen hebben juist hulp aan ademhalingsoefeningen, cognitieve strategieën (manieren om anders te denken), of begeleiding van iemand anders. Er is geen ene manier die voor iedereen werkt. Wat wel helpt, is luisteren naar wat je lichaam probeert te zeggen.
Tantrische en contemplatieve tradities, de oude wijsheidstradities uit onder andere India en het boeddhisme, leren dit al eeuwenlang. Niet als een trucje om iets te bereiken, maar als oefening om aanwezig te blijven bij wat er is. Niet weggaan. Niet forceren. Niet fixen.
Stilte als regulerend veld
Veiligheid ontstaat zelden door woorden. Het ontstaat door ritme, rust en ruimte. Door stilte die niet leeg aanvoelt, maar juist steunend.
Wat betekent dat concreet? Een plek waar niets van je gevraagd wordt. Waar je niet hoeft na te denken over wat er daarna komt. Waar het tempo van anderen niet bepaalt hoe snel jij moet zijn. Dat kan je kamer zijn, een plek buiten, een moment op de dag waarop alles mag rusten, ook het gevoel dat je iets zou moeten doen.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat rustgevende omgevingen en voorspelbaarheid een direct regulerend effect hebben op je zenuwstelsel. Ze helpen het letterlijk tot rust te komen. Ze lossen niets op, maar ze bieden een veld waarin je systeem kan zakken.
Anders naar paniek kijken.
Als je paniek niet meer ziet als falen, maar als signaal, verandert je relatie ermee. Er komt ruimte voor vriendelijkheid naar jezelf. Voor samenwerking met je lichaam in plaats van strijd ertegen.
Een paniekaanval vraagt geen verklaring.
Ze vraagt context.
Ze vraagt veiligheid.
Ze vraagt tijd.
En soms vraagt ze vooral dit:
dat er niets hoeft te gebeuren.
Deze reflectie maakt deel uit van een bredere verkenning van trauma, zenuwstelselregulatie en aanwezigheid binnen Het KernBos, een plek voor degenen die zoeken naar begrip in plaats van beheersing.
Meer lezen:
Paniek in het zenuwstelsel
wetenschappelijke bronnen
1. Porges, S.W. (2011). The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-regulation. Norton & Company.
De kerntekst over de polyvagaaltheorie, die het autonome zenuwstelsel beschrijft als hiërarchisch met drie standen (veilig sociaal contact, vecht/vlucht, bevriezen), gebaseerd op neuroceptie van veiligheid versus dreiging. Legt uit waarom automatische reacties zoals paniek niet bewust te kiezen zijn. https://www.hetnieuweinzicht.nu/polyvagaaltheorie/
2. Van der Kolk, B.A. (2014). The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma. Viking.Hoofdvakboek in traumawetenschap dat aantoont hoe overweldigende ervaringen fysiek worden opgeslagen (in zenuwstelsel, spieren, hartslag), leidend tot overreacties op latere triggers, en waarom herstel vraagt om lichaamgerichte benaderingen in plaats van alleen praten.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16780813/
