Toen ik mezelf niet meer verliet
De buurvrouw had die ochtend een arm nodig. Niet alleen om recht te blijven, maar om haar adem te laten landen. Het was haar eerste controle na een hartoperatie en dus stapten we samen in de taxi, zij met haar nieuwe oude knieën die al jaren over datum waren, ik met mijn aandacht en zachtheid.
De teller zat verwerkt in de achteruitkijkspiegel. Nog voor we bewogen stond er drie euro. Oké, dacht ik, zo zal het wel werken. Ik neem zelden een taxi. Dit leek me geen plek voor aannames.
De meter liep snel op en ik voelde mijn maag zwaarder worden. Zestien euro negentig zei de chauffeur. De buurvrouw haalde rustig haar taxibonnen uit haar systemisch ingerichte handtas en betaalde zonder vragen. Zij was bezig met haar hart. Ik hield de rest vast.
Na EKG en de echo’s, na het benoemen van haar prachtig werkende hartkleppen, belde het onthaal een taxi. Die reed even later de drop zone op.
Het was dezelfde chauffeur. De teller stond al op tien euro, zonder dat de koppeling noch het gaspedaal waren geactiveerd.
Ik vroeg, oprecht en zonder bijbedoeling, hoe dat systeem werkte. Waarom er nu al tien euro stond terwijl we nog ter plaatse stonden.
Hij zei dat we op code B reden in plaats van C.
Dus er zijn twee tarieven? vroeg ik.
Nee, zei hij, dit is het tarief voor de binnenstad.
Maar wij wonen toch niet in de binnenstad. zei ik, meer vaststellend dan vragend.
Ik vroeg waarom het bij vertrek drie euro was en nu tien terwijl de afstand dezelfde was. Hij zei dat het altijd zo ging. Dat we toch naar de Amberweg moesten. Dat klopte, zei ik.
Dus je begint al aan tien euro nog voor we gestart zijn.
We reden enkele meters en de teller liep verder op.
Nu moet je het me toch uitleggen, zei ik, want ik snap het niet. Ik ben kritisch omdat ik het wil begrijpen.
Hij begon te haperen. Dat hij op code C moest rijden. Dat het moest van zijn baas.
Dus je moet mensen meer aanrekenen terwijl ze even ver moeten, zei ik luidop.
Hij drukte de meter af.
Waarom doe je dat nu, vroeg ik.
Hij stamelde, drukte opnieuw en de meter sprong naar nul. Ik was tegelijk oplettend en gefascineerd, niet door hem, maar door de werking van het systeem en waar de meter uiteindelijk zou uitkomen.
De buurvrouw bleef stil.
Aan de oprit stond tien euro negentig op de teller.
Hoeveel is het? vroeg ze zacht.
Tien euro…, zei hij.
Ik onderbrak hem nog voor het hele bedrag uitgesproken was en legde mijn hand zacht op haar arm.
Nu mag jij eerst mevrouw haar teveel betaalde geld terug geven, zei ik rustig
Hij keek me aan. Hoe bedoel je?
De heenrit kostte zestien euro negentig en nu is het tien euro negentig. Dus je legt mensen er vierkant op.
Hij ontkende. Ik legde het opnieuw uit. Met ruimte. Met marge. Met redelijkheid.
Hij keek me verwonderd aan.
Je legt een dame met een weduwenpensioen erop, zei ik. Kun jij ’s avonds eigenlijk nog in de spiegel kijken?
Het bleef even stil.
Hij hief zijn hoofd en keek me aan. Eigenlijk niet, zei hij.
Dan geef je nu mevrouw haar geld terug zodat je wel in de spiegel kan kijken.
Hij verwees naar het systeem.
Dat is jouw systeem of dat van je baas, zei ik, maar het is niet het mijne. Ik ben nog kalm, maar als mevrouw haar geld niet snel terugkrijgt, voel ik iets in mij bewegen waar ik liever geen ruimte aan geef.
Verward vroeg hij of het via overschrijving of kaart kon.
Nee, zei ik. Cash. Nu.
Hij haalde zijn portefeuille boven en gaf vijf euro in mijn handen. Ik gaf ze aan de buurvrouw. Zij betaalde. Hij gaf haar iets teveel wisselgeld terug en zei dat het zo klopte.
We stapten uit. Ik wenste hem oprecht een veilige rit toe en liep met haar de garage in.
Het licht sprong aan. We keken elkaar aan en glimlachten met een tikkeltje verwondering. Niet om hem, maar om wat zich had voltrokken.
Mijn stem had geen moment getrild. Geen angst. Geen beving. Alleen stevigheid. Hij had zelf bevestigd wat hij deed toen hij zei dat hij inderdaad niet meer in de spiegel kon kijken. Dat was geen beschuldiging. Dat was inzicht.
Dit had ik jaren geleden niet gekund, niet gedurfd. Toen was ik onzichtbaar boos naar binnen gegaan en met een wrang gevoel gaan slapen, als ik al sliep.
Dit was het resultaat van innerlijk werk. Van reflectie. Van mijn kern leren kennen en erin blijven staan.
Er zullen nog oefeningen komen. Nog momenten die vragen hoe stevig ik werkelijk ben. Dat mag.
Vandaag was een goede dag. Het hart van de buurvrouw was goed hersteld. De operatie was geslaagd. En ik had mijn vragen kunnen stellen zonder dat mijn innerlijk kind angstig omhoog keek tussen mijn ribben door met haar vinger op haar mond. Ze was er niet. Ik vertrouwde mezelf.
Wat was het ergste dat kon gebeuren?
Ik ben dankbaar voor die dag. Voor de gelegenheid. Voor haar glimlach. Voor het drankje tussen de onderzoeken door. En voor het stille weten dat ik gegroeid ben.
foto: Elina Sazos



