In het vorige deel werd zichtbaar hoe een lichaam tot stilstand kwam op een badkamervloer. Hier kijken we naar wat er onder die stilte gebeurde.

Wanneer twee lichamen elkaar beïnvloeden, gebeurt dat zelden bewust.
Er wordt niet besloten om te kalmeren.
Er wordt niet afgesproken om te vertragen.

Het gebeurt onder het niveau van denken.

Het autonome zenuwstelsel, dat hartslag, ademhaling, bloeddruk en spierspanning aanstuurt, reageert voortdurend op signalen uit de omgeving. Niet alleen op woorden of gebeurtenissen, maar op toon, ritme, nabijheid en voorspelbaarheid.

Dat proces wordt in onderzoek beschreven als co-regulatie: twee of meer zenuwstelsels die elkaar wederzijds beïnvloeden via fysiologische signalen.

Het lichaam scant veiligheid

Een deel van het autonome zenuwstelsel reageert op waargenomen veiligheid of dreiging. Wanneer signalen van veiligheid worden geregistreerd, neemt de parasympathische invloed toe. Dat gaat vaak samen met vertraging van de hartslag, verdieping van de ademhaling, afname van spierspanning en een toename van flexibiliteit binnen het systeem.
Hoe flexibel een zenuwstelsel is, hoe goed het schakelt tussen activatie en herstel, is meetbaar in de variatie tussen opeenvolgende hartslagen. Meer variatie duidt op meer speelruimte (Thayer & Lane, 2009). Niet op perfecte rust. Wel op een systeem dat nog kan bewegen.
Dat betekent niet dat één rustig moment alles herstelt.
Wel dat het systeem voortdurend beïnvloedbaar is.

Ritme beïnvloedt ritme

Zoogdieren zijn geëvolueerd in sociale context. Hun fysiologie is niet volledig geïsoleerd. Nabijheid van een ander levend wezen kan samenhangen met meetbare veranderingen in stressgerelateerde parameters.

In studies naar mens-dier interacties worden associaties gevonden met dalingen in cortisol en veranderingen in autonome flexibiliteit na contact met vertrouwde dieren (Beetz et al., 2012).

Ademhaling speelt daarin een sleutelrol. Wanneer iemand zich in de nabijheid bevindt van een langzaam ademend lichaam, kan de eigen adem zich onbewust aanpassen. Via de nervus vagus beïnvloedt ademritme het hartritme. Dit mechanisme staat bekend als respiratoire sinusaritmie: een natuurlijke koppeling tussen ademhaling en hartslag.

Op die badkamervloer was dat waarschijnlijk wat verschoof.
Twee trage ademhalingen.
Eén lichaam dat in spanning was.
En een ritme dat zich langzaam liet meenemen.

Geen intentie.
Geen symboliek.
Fysiologie.

Langzame, verlengde uitademing vergroot de parasympathische invloed. Wanneer een omgeving wordt gedomineerd door traag en voorspelbaar ritme, kan dat regulerend werken.

Niet magisch.
Niet mystiek.
Maar biologisch consistent.

Stresssystemen zijn contextgevoelig

Het stresssysteem, met onder andere hypothalamus, hypofyse en bijnieren, activeert bij waargenomen dreiging. Cortisol stijgt bij acute stress en hoort weer te dalen wanneer veiligheid terugkeert.
De aanwezigheid van een vertrouwde ander kan de fysiologische stressrespons dempen, niet bij iedereen, niet altijd, maar consistent genoeg om goed gedocumenteerd te zijn bij mensen en in studies naar mens-dier contact (Crossman et al., 2023).

Wat dit betekent

Wanneer twee lichamen in dezelfde ruimte zijn, wisselen ze voortdurend informatie uit: ademritme, microbewegingen, spierspanning, temperatuur, stemgeluid, voorspelbaarheid van gedrag.

Het zenuwstelsel verwerkt deze signalen razendsnel.

Wanneer die signalen consistent veiligheid uitstralen, kan het systeem verschuiven van overmatige activatie naar herstel. Dat herstel hoeft niet zichtbaar of dramatisch te zijn. Soms is het klein: een adem die dieper zakt. Een schouder die loslaat. Een hartslag die minder jaagt.

Co-regulatie is geen afhankelijkheid.
Het is een erkenning dat levende systemen relationeel functioneren.

Het vermogen om jezelf te reguleren bouwt zich op uit eerdere momenten van co-regulatie. Niet als verworven eigenschap die je daarna alleen toepast, maar als iets dat blijft werken in relatie. Bij kinderen is dat zichtbaar en voor de hand liggend. Bij volwassenen wordt het zelden zo benoemd, maar het mechanisme verandert niet.

We zijn geen geïsoleerde systemen die toevallig in elkaars buurt leven.
We zijn systemen die mede door die nabijheid functioneren.

In deel één werd zichtbaar hoe spanning normaal kan worden.
Hier wordt zichtbaar hoe regulatie zelden alleen gebeurt.

Een lichaam leert veiligheid niet alleen in woorden of inzicht.
Het leert het in ritme. In herhaling. In de voorspelbare adem van een ander wezen dat gewoon naast je ligt.

Bronnen

Beetz, A., Uvnäs-Moberg, K., Julius, H., & Kotrschal, K. (2012). Psychosocial and psychophysiological effects of human-animal interactions: The possible role of oxytocin. Frontiers in Psychology, 3, 234.

Thayer, J. F., & Lane, R. D. (2009). Claude Bernard and the heart-brain connection: Further elaboration of a model of neurovisceral integration. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 33(2), 81–88.

Crossman, M. K., Kazdin, A. E., & Knudson, K. (2023). Brief unstructured interaction with a dog reduces distress. International Journal of Environmental Research and Public Health, 20(3), 2227.