Tantra: van draad tot bewustzijn
Tantra is een woord dat mensen vaak fluisterend zeggen.
Alsof ze niet zeker weten of het netjes genoeg is om hardop uit te spreken.
En ergens is dat grappig, want tantra is helemaal niet ontstaan als iets ondeugends, of als iets dat verstopt moet worden in schemerlicht en geheime kamers. Tantra is ontstaan in een wereld die we ons vandaag vaak voorstellen als minder opgesplitst tussen ‘lichaam’ en ‘geest’ dan de onze. een wereld waar spiritualiteit niet in een apart vakje zat, en waar het lichaam niet werd gezien als iets dat je moest overwinnen, maar als iets dat je kon bewonen, precies zoals het is.
En toch… het beeld dat wij vandaag hebben, is bijna het omgekeerde.
Veel mensen denken dat tantra vooral over seks gaat. Of over verleiding. Of over technieken.
Maar de oudste wortel van tantra gaat niet eerst door het bed, al komen er in sommige latere tradities wel seksuele rituelen voor. Ze gaat door de adem.
Door ritueel.
Door aandacht.
Door het besef dat bewustzijn niet alleen iets is dat in je hoofd woont.
Het begon niet met één persoon, en dat is net het mooie
Als je vraagt wie tantra heeft uitgevonden, dan is het eerlijke antwoord: niemand.
Geen enkele man met een boek. Geen enkele meester met een diploma. Geen enkele datum die je kan aanduiden op een tijdlijn en zeggen: kijk, daar startte het.
Tantra ontstond zoals een bos ontstaat: niet door één boom, maar door een landschap dat rijp werd voor wortels.
Rond de vijfde tot zevende eeuw na Christus zie je dat er in India teksten en praktijken opduiken die we vandaag “tantrisch” noemen, maar zelfs dat is al een versimpeling, want tantra was toen geen merknaam, geen label, geen Instagramterm.
Het was een manier van kijken. Een houding tegenover het leven.
En die houding was gedurfd.
Want terwijl sommige tradities vooral zeiden: loslaten, verzaken, weg van de wereld… durfde tantra iets anders te zeggen. Niet als rebellie, maar als inzicht.
Tantra zei: misschien is de wereld niet het probleem.
Misschien is de wereld de poort.
En ja, alleen al dat zinnetje maakt tantra gevaarlijk interessant.
Tantra is geen enkele traditie, het is een familie
Nog iets wat bijna niemand weet, en wat veel misverstanden oplost: tantra bestaat zowel in hindoeïstische als in boeddhistische vormen.
Dat betekent dat tantra niet “één ding” is.
Je hebt bijvoorbeeld tradities waarin Shakti centraal staat, de levendige, vrouwelijke scheppingskracht. Niet als feministische slogan, maar als kosmisch principe, als energie die door alles beweegt.
En je hebt boeddhistische vormen zoals Vajrayana, waarin tantra een methode is om de geest te trainen via symboliek, visualisatie, mantra’s, subtiele energie en diepe meditatie.
Soms lijken die twee op elkaar. Soms zijn ze totaal anders.
Maar ze delen één kern: het heilige is niet ver weg. Het heilige is hier.
En dat is tegelijk hoopgevend en confronterend, want als het hier is, dan kan je het niet wegmediteren. Dan moet je leren blijven.
De mensen die tantra volwassen maakten
Tantra begon dus niet bij één grondlegger, maar in de geschiedenis zijn er wel namen die tantra hebben verfijnd, verdiept en doorgegeven alsof het een kostbare code was.
Eén van de belangrijkste figuren in de hindoeïstische tantra is Abhinavagupta, een filosoof en mysticus uit Kashmir die tantra niet als rituele magie zag, maar als een uiterst verfijnde visie op bewustzijn. Voor hem was alles wat je ervaart, van een ademhaling tot een gedachte, van een aanraking tot een kleur, een trilling van hetzelfde bewustzijn.
In Tibet en in het boeddhistische tantra zijn namen als Padmasambhava, Tilopa en Naropa belangrijk, omdat zij de tantra niet alleen als kennis doorgaven, maar als ervaring, als praktijk, als iets dat je lichaam en je leven binnenkomt.
En dat is ook meteen waarom tantra zo’n vreemd effect kan hebben op mensen.
Tantra blijft niet netjes in je hoofd zitten. Het kruipt naar binnen. Het schuift je stoelen een beetje scheef. Het verandert hoe je ademt, en hoe je kijkt.
Een woord dat eigenlijk “weefsel” én “continuüm” betekent
En nu komt een detail dat ik zelf altijd prachtig vind, omdat het zowel taalkundig als poëtisch klopt.
Het woord tantra komt uit het Sanskriet en wordt vaak gelinkt aan het idee van een draad, een weefsel, een systeem maar het betekent ook “continuüm”, een ononderbroken stroom. In vroege teksten werd het woord tantra gebruikt voor leerboeken en handleidingen, letterlijk: systemen die kennis door de tijd weven.
Tantra is wat geweven wordt. Tantra is wat doorgaat.
En wat er geweven wordt, is niet alleen een theorie.
Het is jouw leven. Jouw lichaam. Jouw aanwezigheid. Jouw menselijke chaos.
Niet om je perfect te maken, maar om je wakker te maken.
En misschien is dat de grootste twist van tantra, en tegelijk de reden waarom het vandaag zo hard nodig voelt.
Tantra wil je niet uit het leven tillen.
Tantra wil je terugzetten in het leven, precies daar waar je soms liever wegkijkt.
