Over het opbouwen van capaciteit voor aanwezigheid, adem en verbinding
Er was een ochtend waarop ik wakker werd en merkte dat mijn kaken niet op elkaar geklemd zaten.
Geen bijzonder moment. Geen therapie de dag ervoor. Geen betekenisvol gesprek. Gewoon een ochtend waarop mijn lichaam iets anders deed dan het maandenlang had gedaan. Ik lag stil, voelde de ontspanning in mijn kaak, en er kwam een gedachte die me verraste.
Mijn lichaam gelooft het eindelijk.
Niet doordat ik het overtuigd had. Niet doordat ik harder werkte of meer wilde. Maar doordat ik was gestopt met vechten tegen zijn tempo. Doordat ik was gaan luisteren naar signalen die ik eerder negeerde of niet eens opmerkte.
Dit is geen verhaal over genezing die voltooid is.
Het is een verhaal over leren lezen wat het lichaam vertelt. Over het herkennen van kleine ja’s en nee’s. Over hoe je capaciteit opbouwt voor aanwezigheid, niet door te pushen maar door te volgen.
Voor wie voelt dat het hoofd wel wil maar het lichaam nog twijfelt. Voor wie tantra interesseert maar niet weet waar te beginnen. Voor wie zich afvraagt hoe herstel er concreet uitziet. Dit is geen handleiding. Het is een kaart voor onderweg.
Leren lezen waar je zit
De eerste stap is geen techniek. Het is herkenning.
Waar zit ik nu, in dit moment, in mijn zenuwstelsel.
Niet als diagnose. Niet als judgement. Gewoon als oriëntatie. Want je kunt pas kiezen waar je naartoe wilt wanneer je weet waar je bent.
Ventrale vagale staat herken je aan openheid. Je nieuwsgierigheid functioneert. Je kunt iemands gezicht lezen. Humor komt makkelijk. Je adem gaat vanzelf diep. Je voelt je verbonden met je lichaam en de ruimte om je heen. Dit is de staat waarin leren, groeien en verbinden mogelijk zijn.
Sympathische staat voel je als spanning. Je hartslag klimt. Je gedachten gaan snel of cirkelen. Je scant de ruimte op mogelijke problemen. Je lichaam voelt klaar om te reageren. Niet per se paniek, maar alertheid die niet wil zakken. In deze staat kun je functioneren, maar niet aanwezig zijn.
Dorsale vagale staat uit zich in afwezigheid. Je voelt weinig. De wereld is ver weg. Je bent moe op een manier die slaap niet oplost. Het voelt alsof je achter glas zit. Motivatie ontbreekt. Dit is geen luiheid. Dit is een zenuwstelsel dat zich heeft teruggetrokken.
Het belangrijkste dat ik leerde: geen van deze staten is fout.
Ze zijn informatie.
De signalen die je lichaam geeft
Toen ik begon te oefenen met herkennen, merkte ik pas hoe weinig ik daadwerkelijk voelde. Ik dacht dat ik voelde, maar wat ik deed was denken over voelen. Het verschil is subtiel en cruciaal.
Voelen zit in sensatie. In het directe ervaren van wat er in je lijf gebeurt.
Ik begon met simpele vragen.
Geen grote vragen. Micro vragen.
Is mijn adem hoog of laag in mijn lichaam.
Zijn mijn schouders gespannen of zacht.
Voelt mijn buik open of samengetrokken.
Staat mijn kaak ontspannen of geklemd.
Dit klinkt basaal. En dat is het ook. Maar deze basale vragen brachten me terug in mijn lichaam op momenten dat ik eruit gestapt was zonder het te merken.
En langzaam leerde ik de signalen lezen die voorafgaan aan grotere reacties.
Een lichte spanning in mijn keel voordat ik in hyperalertness glijd. Een vaagheid in mijn blik voordat ik dissocieer. Een vertraging in mijn bewegingen wanneer mijn systeem veiligheid begint te voelen.
Het zijn geen grote alarmen. Het zijn fluisteringen. En je moet stil worden om ze te horen.
Micro ja en micro nee
Mijn therapeut vroeg me ooit: kun je het verschil voelen tussen een ja en een nee in je lichaam.
Ik dacht dat ik dat kon. Maar toen ze me vroeg het te demonstreren, merkte ik dat ik vaak een nee negeerde omdat mijn hoofd een ja wilde.
We oefenden met kleine dingen.
Simpele keuzes zonder consequenties.
Wil je thee of water.
Wil je zitten of staan.
Wil je praten of stilte.
Geen grote vragen. Geen geladen onderwerpen. Gewoon ruimte om te voelen wat mijn lichaam antwoordde voordat mijn hoofd overnam.
Water voelde als een ja. Een klein uitrekken in mijn borst. Een verlichting. Thee voelde als niets. Geen nee, maar ook geen ja. Neutraal.
Dit klinkt misschien triviaal. Maar dit is waar capaciteit begint. Bij het herkennen van een micro ja en een micro nee in situaties zonder druk.
Want wanneer je lichaam leert dat een nee gerespecteerd wordt in kleine dingen, durft het een nee te geven in grotere dingen. En wanneer je lichaam merkt dat een ja gevolgd wordt door veiligheid, durft het meer ja te zeggen.
Dit is de basis van consent. Niet als concept, maar als lichamelijke ervaring.
En dit is waar tantra begint. Niet bij grote overgave, maar bij het herkennen van een klein ja in je eigen lichaam op een doodgewone dinsdagochtend.
De kunst van vertraging
Ons hoofd wil vooruit. Begrijpen. Oplossen. Doorgaan.
Het lichaam werkt anders. Het heeft tijd nodig om te integreren.
Ik merkte dit het duidelijkst in momenten van aanraking.
Iemand legt een hand op mijn schouder. Mijn eerste reactie is vaak om te zeggen dat het fijn is. Want dat is beleefd. Dat is wat verwacht wordt. Maar wanneer ik vertraag, voel ik soms iets anders.
Een kleine terugdeinsing.
Een ingehouden adem.
Een spanning die zich opbouwt.
Niet omdat de aanraking slecht is. Maar omdat mijn systeem tijd nodig heeft om te bepalen of dit veilig is. En wanneer ik die tijd niet neem, wanneer ik over het signaal heen ga, leer ik mijn lichaam dat haar antwoord niet telt.
Vertraging is geen passiviteit. Het is intelligentie.
Het is het verschil tussen reageren en antwoorden.
Tussen automatisme en keuze. Tussen overleven en leven.
In die vertraging ontstaat ruimte. Ruimte om te voelen wat er werkelijk is. Ruimte om te merken dat een eerste nee soms verschuift naar een ja wanneer het lichaam de tijd krijgt om te ontspannen. Of dat een automatisch ja eigenlijk een onzeker misschien is.
Dit is wat tantra vraagt in zijn essentie.
Niet snelheid. Niet intensiteit.
Maar het vermogen om te blijven bij wat er is, hoe traag het ook ontvouwt.
Tantra in het gewone
Mensen denken vaak dat tantra zich afspeelt in bijzondere momenten. Workshops, ceremonies, intieme ontmoetingen. Maar de praktijk die mij het diepst raakte, gebeurde op momenten die niemand opmerkt.
Een ochtend waarop ik thee zette en echt de warmte van de kop voelde.
Een wandeling waarin ik merkte dat mijn adem gekoppeld was aan mijn voetstappen.
Een gesprek waarin ik niet meteen antwoordde maar eerst voelde wat er in me gebeurde.
Dit is waar het weefsel zich herstelt. Niet in het spectaculaire, maar in het alledaagse waarin je volledig aanwezig kunt zijn.
Ik herinner me de eerste keer dat ik me realiseerde dat ik tien minuten naar regen had geluisterd zonder gedachten die het overnames. Geen grote emotie. Geen inzicht. Gewoon aanwezigheid bij het geluid.
Het voelde als een klein wonder. Want maanden eerder zou mijn hoofd binnen dertig seconden zijn afgedwaald naar zorgen, plannen, herinneringen. Nu kon ik blijven bij het moment zelf.
Dit is wat capaciteit opbouwen betekent. Kleine momenten waarin je systeem ervaart dat aanwezigheid veilig is. Dat voelen geen bedreiging hoeft te zijn. Dat je kunt blijven zonder te vluchten of te bevriezen.
En deze momenten stapelen zich op. Niet lineair. Niet voorspelbaar. Maar ze creëren langzaam een nieuwe norm. Een nieuwe baseline waarin je zenuwstelsel vaker rust vindt dan alarm.
Het opbouwen van capaciteit
Herstel volgt geen rechte lijn.
Er zijn dagen waarop ik me verbonden voel met mijn lichaam, waarop aanwezigheid makkelijk gaat, waarop sensaties welkom zijn. En er zijn dagen waarop zelfs een vriendelijke blik te veel voelt, waarop mijn systeem teruggrijpt naar oude patronen van bescherming.
Dit leerde me dat capaciteit geen vaste staat is. Het is een dynamisch proces.
Denk aan het als een spier. Je kunt hem trainen, maar je kunt hem ook overbelasten. En wanneer je hem overbelast, heeft hij rust nodig, geen extra druk.
Ik leerde signalen herkennen dat mijn venster smaller werd:
– Moeite met simpele beslissingen nemen
– Terugkerende gedachten die cirkelen
– Een gevoel van drukte in mijn hoofd zelfs in een stille ruimte
– Minder tolerantie voor geluiden of prikkels
– Automatische reacties die heviger zijn dan de situatie vraagt
Dit zijn geen tekenen van falen. Het zijn uitnodigingen om te vertragen. Om mijn systeem ruimte te geven. Om terug te keren naar basis: adem, grounding, veiligheid.
En soms betekent capaciteit opbouwen juist niet meer doen, maar beter leren stoppen.
De rol van adem
Als er één praktijk is die consistent werkte, is het adem.
Niet omdat ademwerk magisch is. Maar omdat adem de enige functie is van het autonome zenuwstelsel die je ook bewust kunt aansturen. Het is de brug tussen wat automatisch gebeurt en waar je invloed op hebt.
Ik leerde verschillende manieren van ademen voor verschillende staten.
Wanneer ik in sympathische activatie zit – gespannen, alert, snel denkend – help langzame uitadem. Tweemaal zo lang uitademen als inademen. Dit activeert het parasympathische systeem. Het signaal naar je lichaam: er is geen acute dreiging. Je mag ontspannen.
Wanneer ik in dorsale shutdown zit – verdoofd, afwezig, moe – helpt levendige adem. Kort en krachtig inademen door de neus. Dit brengt energie en helpt het systeem wakker te worden zonder in paniek te raken.
Wanneer ik in ventrale vagale staat zit, adem ik vaak zonder erover na te denken. De adem vindt zijn eigen ritme. Diep en rustig. Dat is het mooiste signaal. Het lichaam dat zijn eigen regeling vindt.
Maar het belangrijkste is niet de techniek. Het is aandacht. Het merken dat je adem hoog en snel zit. Het bewust terugbrengen naar je buik. Het ruimte maken voor een diepere cyclus.
Dit is tantra in zijn meest basale vorm. Aanwezig zijn bij iets zo alledaags en essentiëls als ademhaling.
Aanraking als dialoog
In mijn eerste blog schreef ik over dat moment in de tuin. Hoe een omhelzing mijn hele systeem tot rust bracht. Maar wat ik toen niet schreef, is hoeveel moeite me dat kostte in het begin.
Aanraking was complex. Mijn hoofd kon willen dat iemand me vasthield, maar mijn lichaam trok samen. Niet dramatisch. Niet met duidelijk verzet. Maar met een subtiele spanning die zei: ik weet niet of dit veilig is.
Wat hielp was het herdefiniëren van aanraking als dialoog.
Niet iets dat gebeurt. Maar iets dat ontstaat in uitwisseling.
Een hand die vraagt voordat die neemt.
Een omhelzing die ruimte laat om nee te zeggen.
Een aanraking die pauzeert wanneer het lichaam aarzel.
En vooral: aanraking die niet automatisch meer vraagt. Die tevreden is met wat het lichaam kan geven in dit moment. Vandaag is een hand op een schouder genoeg. Morgen misschien meer. Misschien ook niet. Beide zijn goed.
Dit leerde me iets essentieels over tantra. Het gaat niet over hoeveel. Het gaat over kwaliteit van aanwezigheid. Een aanraking van vijf seconden waarin beide lichamen volledig aanwezig zijn, is rijker dan een uur van fysiek contact waarin een van beiden eigenlijk afwezig is.
Verbinding die niet overweldigt
Ik hield van het idee van diepe verbinding. Maar in praktijk overweldigde het me vaak. Niet omdat de ander te veel deed, maar omdat mijn systeem niet wist hoe het zo veel nabijheid moest dragen.
Ik leerde dat verbinding ook kan bestaan in het parallel zijn.
Samen in een ruimte, ieder met eigen aandacht.
Samen wandelen zonder veel woorden.
Samen aanwezig zijn zonder constant contact.
Dit voelde vaak veiliger. Mijn systeem kon de aanwezigheid van de ander voelen zonder het gevoel dat er iets van me verwacht werd. En vanuit die parallelle aanwezigheid ontstond soms, onverwacht, een moment van echte ontmoeting. Een blik. Een glimlach. Een korte aanraking die welkom was omdat ze niet gevraagd werd maar zich aanbood.
Dit is wat tantra kan betekenen voor wie herstel. Niet de directe intensiteit van oog contact en fysieke nabijheid, maar het geleidelijk opbouwen van comfort in de aanwezigheid van een ander. Het ontdekken dat verbinding niet altijd een frontale confrontatie hoeft te zijn, maar ook kan bloeien in de marge.
Wanneer het lichaam ja zegt
Terug naar die ochtend met mijn ontspannen kaak.
Het was geen eindpunt. Het was een moment van herkenning dat mijn lichaam langzaam leerde dat veiligheid mogelijk is. Dat aanwezigheid geen bedreiging hoeft te zijn. Dat ik kan voelen zonder overspoeld te raken.
Er zijn nu momenten waarop ik merk dat mijn lichaam ja zegt voordat mijn hoofd een reden kan bedenken. Een spontane uitnodiging tot bewegen. Een verlangen naar aanraking. Een openheid voor verbinding die niet geforceerd voelt maar opborrelt.
Dit zijn de momenten waarop ik weet dat capaciteit groeit. Niet omdat ik mezelf dwing. Niet omdat ik een techniek toepas. Maar omdat mijn zenuwstelsel geleidelijk genoeg ervaringen heeft waarin aanwezig zijn veilig bleek. En dat die ervaringen langzaam zwaarder wegen dan oude patronen van bescherming.
Het blijft kwetsbaar. Het blijft onvoorspelbaar. Er zijn setbacks. Momenten waarop oude reflexen terugkomen. Dagen waarop mijn venster smaller is dan gisteren.
Maar er is een richting. Een langzame herschikking van mijn zenuwstelsel richting meer ruimte, meer capaciteit, meer ja.
Waar het weefsel heelt
In de eerste blog schreef ik dat tantra geen pad is dat je bewandelt, maar het weefsel dat je bent.
Nu begrijp ik dat beter.
Het weefsel heelt niet door grote ingrepen. Het heelt door duizenden kleine momenten waarin je lichaam ervaart dat het veilig is om te voelen. Waarin een nee gerespecteerd wordt. Waarin een ja mag blijven bij een klein ja en niet automatisch moet groeien naar meer.
Het heelt in een ochtend waarop je kaak ontspant. In een wandeling waarin je adem vrij gaat. In een aanraking die vraagt en wacht. In een stilte die genoeg is.
Dit is de praktijk. Geen ritueel. Geen workshop. Geen grote doorbraak.
Gewoon het geduld om te blijven luisteren. De moed om klein te beginnen. Het vertrouwen dat je lichaam zijn eigen tempo kent. En de zachtheid om dat tempo te respecteren, dag na dag, moment na moment.
Voor wie dit leest en herkent.
Voor wie voelt dat het lichaam langzaam weer antwoordt maar twijfelt aan de traagheid.
Voor wie tantra zoekt maar niet weet hoe te beginnen.
Begin hier.
Met adem.
Met herkenning.
Met micro ja en micro nee.
Met vertraging als vorm van wijsheid.
Het weefsel herstelt zich.
Niet omdat je het dwingt.
Maar omdat je het eindelijk toestaat.
📚 Verder verdiepen
– Deb Dana, Anchored: How to Befriend Your Nervous System
– Resmaa Menakem, My Grandmother’s Hands
– Emily Nagoski & Amelia Nagoski, Burnout: The Secret to Unlocking the Stress Cycle
– Stanley Rosenberg, Accessing the Healing Power of the Vagus Nerve



