Persoonlijke intro

Deze tekst ontstond uit een vriendschap van meer dan twintig jaar die langzaam verstilde. Niet door ruzie of verwijt, maar door iets subtielers: door relaties die op spanning kwamen te staan, door kwetsbaarheid die geen externe steun leek te verdragen, door grenzen die werden getrokken waar eerst doorlaatbaarheid was. Wat ooit vanzelfsprekend gedeeld werd, kreeg plots een andere lading. Wat normaal was, werd ingewikkeld. En zo werd een band die gedragen had, zonder afscheid stilgelegd. Niet omdat de liefde verdween, maar omdat ze geen plek meer vond om te landen.

Er zijn vriendschappen die niet eindigen met woorden, maar met een stilte die zich langzaam nestelt. Niet omdat er ruzie was. Niet omdat de liefde verdween. Maar omdat iets verschoof in het landschap eromheen.

Soms zijn het de mensen naast ons die, zonder het te willen, de ruimte voor verbinding smaller maken. Soms gebeurt het uit angst, uit behoefte aan controle, uit een wankel evenwicht dat dreigt te kantelen. En soms doet de vriend zelf mee aan die stilte, uit loyaliteit, uit vermoeidheid, uit de overtuiging dat rust bewaren belangrijker is dan blijven spreken.

Het is zelden zwart-wit.
Het is geen complot.
Het is een web van keuzes, van onuitgesproken verwachtingen, van pijn die zich verbergt achter afstand.

Zo verdwijnen vriendschappen zonder afscheid.

Wat achterblijft is geen woede alleen.
Het is verwarring. Heimwee.
Het vreemde gemis van iemand die nog leeft, maar niet meer bereikbaar is.

Verloren vriendschap snijdt anders dan liefdesverdriet.
Het is stiller.
Er is geen script. Geen duidelijk einde.
Je mag er niet altijd om rouwen, want officieel is er niets gebeurd.

En toch voel je het.

Wanneer verjaardagen voorbijgaan zonder bericht.
Wanneer ziekte geen aanleiding meer is om te bellen.
Wanneer zelfs meterschap, ooit een belofte van blijvende verbondenheid, plots niets meer lijkt te betekenen.

Dan sluipt er een pijnlijke vraag naar binnen.

Was ik te veel.
Had ik stiller moeten zijn.
Had ik minder waarheid mogen spreken.


Maar misschien is de vraag niet wat je fout deed.
Misschien is de vraag: wat kon er, in die constellatie, niet langer bestaan?

Vriendschap is geen bijzaak.
Ze is geen luxe.
Ze is een levenslijn.

Wie in moeilijke tijden reikt, doet dat niet omdat ze zwak is, maar omdat ze mens is. En soms is het niet de vriendschap zelf die faalt, maar de context waarin ze moet overleven. Soms wordt liefde tussen vrienden een bedreiging voor liefde binnen een relatie. Niet omdat dat moet, maar omdat het zo voelt.

En dan staat iemand voor een keuze.
Blijven vasthouden aan wat eens was.
Of iemand loslaten die niet meer kan kiezen.

Beide zijn een vorm van trouw.

Soms vraagt liefde niet om vechten.
Soms vraagt ze om blijven staan, op afstand, zonder jezelf te verloochenen.
Om iemand in je hart te dragen zonder toegang tot je leven.

Dat is geen verlies van waardigheid.
Dat is een stille vorm van trouw.

Maar het doet wel pijn.

Deze woorden zijn geen aanklacht.
Ze zijn een erkenning.

Voor wie iemand verloor aan iets wat groter was dan jullie samen.
Voor wie moest leren rouwen om een vriendschap die niet mocht blijven.
Voor wie weet hoe het voelt wanneer stilte zich opdringt zonder dat je haar koos.

En misschien is dit ook een zachte herinnering.

Dat echte verbinding niet verdwijnt omdat ze wordt vergeten.
Ze trekt zich alleen terug.
Wachtend op een tijd waarin kiezen weer mag.

Slot

Bij Het KernBos leeft dit thema als een stille onderstroom. Het herinnert ons eraan hoe essentieel vrije verbinding is, hoe helend het kan zijn wanneer mensen mogen spreken zonder angst en nabij mogen zijn zonder voorwaarden. Dit project wil ruimte bieden aan wat vastliep, aan wat geen stem kreeg, aan vriendschappen en verbindingen die opnieuw mogen ademen. Niet vanuit oordeel, maar vanuit erkenning: dat verlies er mag zijn, dat gemis gehoord mag worden, en dat soms de weg terug begint met woorden die eindelijk gezegd mogen worden.