Is er een verschil tussen geluk bij mensen en geluk bij dieren?
We gebruiken hetzelfde woord, geluk, voor een mens die diep ademhaalt en denkt: dit is goed, en voor een kat die zich uitstrekt in een zonvlek alsof er nooit iets anders bestond dan warmte, veiligheid en thuiskomen.
Dat woord klopt. En tegelijk is het te klein.
Geluk is geen knop die aan of uit staat. Het is een toestand die ontstaat wanneer een lichaam voelt: ik ben veilig genoeg om te leven.
En daar begint het antwoord.
Ja, er is een verschil tussen geluk bij mensen en geluk bij dieren. Maar de kern is verrassend gelijk. En de grens tussen beide is minder scherp dan we lang hebben gedacht.
Geluk begint niet alleen in het hoofd, maar ook in het lichaam
Bij mens én dier werken lichaam en brein voortdurend samen. Het zenuwstelsel scant de wereld op dreiging en op veiligheid. Pas wanneer omgeving en lichaam voldoende oké voelen, ontstaat er ruimte voor rust, nieuwsgierigheid, verbinding, spel en herstel.
Dit verloopt in twee richtingen. Wat we denken beïnvloedt wat we voelen, en wat het lichaam signaleert stuurt onze gedachten. Bij trauma kan een lichaam dat chronisch in alarm staat het denken kleuren. Bij angststoornissen kunnen juist gedachten het lichaam in spanning brengen. Beiden zijn waar. Beiden vragen aandacht.
Bij dieren zijn lichamelijke signalen vaak direct zichtbaar. In houding, beweging, eetlust en slaap. In speelsheid, of juist in het vermogen om stil te zijn zonder spanning. Daarom spreken wetenschappers bij dieren meestal niet over geluk, maar over welzijn.
Binnen de dierenwelzijnswetenschap wordt vaak gewerkt met het Five Domains Model¹. Dit model kijkt niet alleen naar het vermijden van lijden, maar ook naar het mogelijk maken van positieve ervaringen. Voeding, omgeving, gezondheid, gedrag en mentale toestand vormen samen de bedding waarin iets kan ontstaan wat wij spontaan geluk noemen.
Wanneer basisbehoeften kloppen, ontspant het lichaam.
En ontspanning opent iets zachts.
Bij dieren: geluk als veiligheid en het recht om dier te zijn
Bij veel dieren toont geluk zich als een natuurlijke stroom. Het dier beweegt vrij, rust diep, speelt wanneer het kan, zoekt nabijheid of net afstand zonder stress.
Een hond die in jouw aanwezigheid gaat liggen en zucht.
Een kat die spint en haar lijf loslaat.
Een konijn dat onverwacht springt uit levenslust.
Een paard dat zijn hals laat zakken en zacht begint te kauwen.
Dit zijn geen toevallige momenten. Het zijn signalen dat het lichaam niet langer in overleving staat.
Dierengeluk is sterk verbonden met het directe leven. Met veiligheid, met het moment, met de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te volgen. Wanneer dat er is, wordt het leven eenvoudig en zacht.
Toch is de werkelijkheid gelaagder. Onderzoek bij apen, olifanten, walvissen en vogels zoals kraaien laat zien dat sommige dieren niet alleen leren van het verleden en vooruit kunnen kijken. Ze lijken ook complexe emoties te voelen². Olifanten rouwen. Chimpansees tonen gedrag dat lijkt op een gevoel voor eerlijkheid. Dolfijnen herkennen zichzelf in spiegels en lijken bewust met hun gedrag om te gaan.
Tegelijk weten we dat objectieve veiligheid niet automatisch welzijn garandeert. Dieren in dierentuinen kunnen fysiek verzorgd zijn en toch gedrag ontwikkelen dat zich herhaalt zonder doel: eindeloos heen en weer lopen, hoofdschudden. Dit wijst op innerlijk lijden. Welzijn vraagt blijkbaar meer dan voedsel en beschutting alleen. Het vraagt keuzevrijheid. De mogelijkheid om invloed te hebben op je eigen leven en betekenisvol bezig te zijn op een manier die past bij wie je bent.
En toch moeten we bescheiden blijven. We begrijpen slechts een fractie van wat dieren werkelijk ervaren. We interpreteren gedrag, meten stresshormonen, observeren hersenactiviteit. Of een vlinder vreugde ervaart wanneer zij neerstrijkt op een bloem, of een koe geluk voelt wanneer ze rent naar vers gras, weten we niet zeker. Voorzichtigheid beschermt dieren beter dan ze teveel als mens te zien, of ze juist als machine te behandelen.
Bij mensen: geluk vraagt ook betekenis, maar niet altijd
Bij mensen komt er iets bij.
Wij zijn niet alleen een lichaam dat voelt, maar ook een brein dat terugkijkt en vooruitkijkt. Dat vergelijkt, twijfelt, droomt, vreest en hoopt. Dat vragen stelt zoals: ben ik veilig, ook morgen. Ben ik geliefd. Heeft dit leven zin.
Daarom maakt de wetenschap bij mensen onderscheid tussen verschillende vormen van welzijn. Er is geluk dat voortkomt uit prettige emoties en tevredenheid met je leven³. En er is geluk dat voortkomt uit betekenis, uit groei, uit trouw zijn aan jezelf, zelfs wanneer het leven niet gemakkelijk is⁴.
Hier zit een belangrijk verschil, al is het geen absoluut verschil.
Veel mensen ervaren diep geluk wanneer veiligheid samengaat met betekenis, of met innerlijke toestemming om te bestaan. Tegelijk kennen mensen ook momenten van puur, betekenisloos geluk. De flow van een danser. Warm water op de huid. Een kind dat rent zonder doel. Soms is geluk gewoon een lichaam dat leeft en het goed vindt.
En omgekeerd. Sommige mensen gedijen juist in uitdaging en groeipijn. Te veel veiligheid kan verstikken. Te veel comfort kan leeg voelen. Geluk is geen eenduidig recept.
Trauma maakt geluk complexer, maar niet onmogelijk
Bij veel mensen leeft trauma niet alleen in herinneringen, maar in het lichaam. In een zenuwstelsel dat te vaak alarm moest slaan, waardoor zelfs rust onrustig kan voelen.
De polyvagale theorie⁵ beschrijft hoe ons zenuwstelsel voortdurend schakelt tussen drie toestanden: veiligheid (waarin we contact kunnen maken), alarm (vechten of vluchten) en bevriezen (volledig dichtklappen). Na trauma kan dit systeem blijven hangen in verdediging, ook wanneer het gevaar voorbij is.
Dat betekent niet dat geluk onbereikbaar is. Het betekent dat geluk zelden begint met positief denken. Het begint met regulatie. Met veiligheid. Met herhaling. Met steun. Met een lichaam dat langzaam opnieuw leert dat nu niet toen is.
En precies daar raken mens en dier elkaar opnieuw.
Beiden herstellen niet door grote woorden, maar door bedding.
Een veilige plek.
Een voorspelbaar ritme.
Voldoende rust.
Vriendelijke nabijheid.
En het recht om te bestaan zonder prestatie.
Wat betekent dit voor Het KernBos?
Het KernBos is nog in wording, maar vertrekt vanuit deze gedeelde basis. Het wil een plek worden waar mens en dier opnieuw mogen landen in veiligheid. Waar het zenuwstelsel tot rust kan komen. Waar natuur geen decor is, maar medespeler in herstel.
Geen plek die geluk belooft.
Wel een plek die voorwaarden schept.
Wanneer een lichaam zich veilig genoeg voelt om te ademen zoals het echt ademt, om te rusten zonder te waken, om contact toe te laten en spel te voelen, dan wordt geluk geen doel meer.
Dan wordt het een gevolg.
Wil je meer weten? Klik hier voor bronnen en leestips
Wetenschappelijke bronnen
¹ Five Domains Model
Mellor, D.J., et al. (2020). “The 2020 Five Domains Model: Including Human–Animal Interactions in Assessments of Animal Welfare.” Animals, 10(10), 1870.
² Intelligentie en emoties bij dieren
De Waal, F. (2016). Are We Smart Enough to Know How Smart Animals Are? W.W. Norton & Company.
³ Subjectief welzijn (emoties en tevredenheid)
Diener, E., Oishi, S., & Tay, L. (2018). “Advances in subjective well-being research.” Nature Human Behaviour, 2(4), 253-260.
⁴ Geluk door betekenis
Ryff, C.D. (2014). “Psychological well-being revisited: Advances in the science and practice of eudaimonia.” Psychotherapy and Psychosomatics, 83(1), 10-28.
⁵ Polyvagale theorie (zenuwstelsel en veiligheid)
Porges, S.W. (2011). The Polyvagal Theory: Neurophysiological Foundations of Emotions, Attachment, Communication, and Self-regulation. W.W. Norton & Company.
Toegankelijke boeken voor verdere verdieping
Over trauma en herstel:
Van der Kolk, B. (2014). The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma. Penguin Books.
Helder geschreven over hoe trauma in het lichaam leeft en hoe herstel werkt. Een must-read.
Over emoties bij dieren:
Bekoff, M. (2007). The Emotional Lives of Animals. New World Library.
Voor wie meer wil begrijpen over gevoelens en bewustzijn bij dieren.
