Een ode aan animatoren. Voor ouders die machteloos toekiiken
Dank aan dierdereen die kindertijd beschermt.
Zelfs, en vooral, wanneer die kindertijd onder druk staat.
Je herkent hen niet altijd meteen.
Ze komen stil binnen. soms met een kleurige jas, soms met een zachte stem.
Ze hebben geen wit schort aan, geen grafiek of laboresultaat in hun handen.
Maar ze brengen iets waar je als ouder soms al weken naar snakt:
Even lucht. Even ruimte.
Ik zag het voor het eerst op tv.
Een zieke jongen in bed.
Zijn gezicht bleek, zijn ogen dof.
Zijn moeder zit rechtop, haar rug gespannen. Zijn vader kijkt uit het raam.
En dan… een clown. Of nee, een animator.
Hij zingt zacht. Iets over een vis.
Maakt een mopje over sokken die ruzie hebben.
En dan gebeurt het.
Een lach. Klein. Giechelend. Echt.
De jongen kijkt op. En, dit blijft me bij zelf ook mama zijnde,
de schouders van zijn moeder zakken.
Alsof iemand haar even toestemming gaf om uit te ademen.
Animatoren doen dat.
Of ze nu bij Cliniclowns werken, of leiders zijn in de jeugdbeweging.
Ze zien wanneer het te stil is. Te zwaar. Te veel.
En ze stappen daarin. Niet met medische kennis,
maar met aandacht. Met lichtheid. Met moed.
Ze brengen geen genezing.
Ze brengen iets wat daarvoor komt: vertrouwen.
Ze raken wat je als ouder voelt maar niet onder woorden krijgt:
de machteloosheid, het wachten, het proberen sterk te blijven.
En dan komt er plots weer iets van vroeger terug:
een blik. Een grap. Een stukje kindertijd.
Al is het maar vijf minuten.
Misschien zag jij het ook al gebeuren.
Misschien heeft jouw kind ook zo iemand ontmoet.
Misschien heb jij ook die zucht gelaten,
waarvan je niet wist dat je ze inhield.
En misschien is dat ook wat wij dromen met Het KernBos.
Een plek waar ouders niet sterk hoeven zijn.
Waar kinderen mogen lachen, zelfs als het moeilijk is.
Waar humor geen luxe is, maar noodzaak.
En waar iemand je even aankijkt…
precies op het moment dat jij vergat dat je bestond.
En misschien heb je het nooit tegen hen gezegd.
Dus doen wij het vandaag:
Lieve animator,
Dank je dat je dit werk doet.
Dat je niet wegkijkt.
Dat je wél binnenkomt, met liedjes, met poppen, met verhalen.
Dank je dat je het aandurft om te blijven,
ook op plekken waar het zwaar is, stil is, ingewikkeld is.
Misschien zag je het niet, maar…
toen jij begon te zingen, zakten haar schouders.
Jij deed dat.



