Mijn reis naar de kern van wie ik werkelijk ben

“Wat een muur heb jij nog rond je…”
Die woorden waren het begin van een reis waarvan ik het bestaan niet kende. Ze openden een deur, een ruimte van waarheid, die pas zichtbaar werd toen iemand de moed had om te kijken, Al dacht ik dat ik al ver was, bleek mijn verhaal slechts een deel was van dat van wat ik niet wist dat het er was.
Jaren van zelfreflectie hun werk hadden gedaan. Dat die muur, die beschermende barrière die ik als kind had opgebouwd, eindelijk weg was.
Ik had het mis.

En wat er daarna gebeurde in die sessie met Ophelie, veranderde alles wat ik dacht te weten over genezing, over mezelf, en over waarom sommige wonden zo diep zitten dat je ze niet eens voelt… tot iemand ze met zachte handen aanraakt.

Het moment dat alles begon

Enkele seconden nadat ik op de deurbel drukte op een hete zomerdag, opende de deur zich.
Daar stond ze: Ophelie.
Lange bruine haren, een patroon dat zich over haar lichaam uitdrukte in licht en donker. Een levende landkaart van een nog onontdekte wereld. Uniek, alsof haar huid tekende wat haar ziel al lang wist. Of zo voelde het toch.
Dat alles droeg een uitnodigende energie waarbij je je onmiddellijk welkom voelde.
Ik wist meteen: hier mag ik zijn zoals ik ben. Ook als ik niet weet wie dat precies is.
Ze had me uitgenodigd voor een “onderdompeling”, lichaamswerk dat dieper zou gaan dan woorden. Zonder precies te weten wat me te wachten stond, zei iets diep in mij ja.
Achteraf besef ik: dat ‘ja’ was het eerste teken dat mijn lichaam al wist wat mijn hoofd nog niet wilde toegeven.

De ontmaskering

We begonnen met een paar zinnen. Ogenschijnlijk vrijblijvend, maar doordrenkt van betekenis. Daarna legde ze haar handen op mijn lichaam, alsof ze niet alleen spieren maar ook verhalen aanraakte. Laag na laag verdween de buitenkant. Niet omdat ze iets forceerde, maar omdat ik het toeliet. “Let op je ademhaling,” zei ze rustig. Haar handen waren warm, aandachtig, zó aanwezig dat het pijnlijk was om te beseffen hoe lang ik die aanwezigheid had gemist. Toen viel het stil. En toen zei ze het. “Wat een muur heb jij nog rond je…” Mijn hoofd wilde protesteren. “Maar ik praat er toch al over? Open, eerlijk?” Ze glimlachte zacht. “Precies. Je praat. Maar je voelt nog niet. Pas als je voelt, beweegt die muur.” Die zin bleef hangen. Niet als een gedachte, maar als een echo in mijn lijf. En ik dacht alleen maar: wie ben ik eigenlijk zonder die muur?

De crash

“Dit gaat ongemakkelijk voelen,” waarschuwde ze, terwijl ze haar hand verplaatste naar een plek die ik niet had verwacht.
Mijn hoofd dacht stoer: ‘Probeer maar. Ik geef geen krimp.’
Maar mijn lichaam had andere plannen.

Plots greep mijn middenrif aan. Alles verstijfde. Adem stopte. De bal van spanning zapte zich in mijn keel, onverbiddelijk.
En toen braken de sluizen open.

Niet de tranen die elegant over je wangen rollen tijdens een gesprek. Nee.
Deze kwamen uit een andere laag. Oeroud. Diep.
Tranen van een kind dat geleerd had dat stilte veiliger was dan gevoel.

Ik voelde de impuls om mijn hand op te steken, het afgesproken stopteken, maar iets in mij wilde volhouden. Zoals altijd.
Want ik had geleerd dat flinke meisjes hun verdriet netjes binnenhouden.

Als je maar stil bent. Als je maar geen tranen laat zien. Als je maar niet tot last bent.

Mijn lijf verkrampte. Mijn longen weigerden.
Uit reflex, en het zuurstoftekort dat voelbaar werd, kneep ik mezelf. Een zelf aangeleerde techniek om weer contact te maken met het hier en nu.
En toen kwam er een ademteug.
En met die adem kwam het inzicht: Ik dacht dat dit al verwerkt was. Afgerond en ‘aanvaard’.
Keurig geparkeerd in een mentale schuif, klaar om over te praten zonder te voelen.
Maar dat is geen healing. Dat is overleven. Rennen tot het melkzuur je spieren overneemt in spasmes.

Voor het eerst voelde ik wat ‘emotieloos’ werkelijk betekent: Leven in de oppervlakte. Praten zonder verbinding. Delen zonder jezelf te tonen.

De boosheid die ik niet kende


We gingen verder. Stokkend, trillend, misselijk, en dieper.
En toen dook ze op.
De boosheid.

Niet de boze blik of de scherpe woorden die we soms gebruiken als schild. Nee. Dit was oude boosheid.
Stil verdriet dat te heet was om verdriet te blijven.
Het lag al bijna vier decennia in mij opgeslagen, ingepakt in stilte.


Maar hoe uit je iets wat je nooit hebt geleerd te uiten?
In mijn jeugd had ik geleerd dat boosheid tonen:
– Mensen irriteert
– Je lastig maakt
– Je ongeloofwaardig maakt
– Je belachelijk maakt
– Angst oproept.


Als kind had ik geleerd dat boosheid onveilig was:
– Ze maakte anderen ongemakkelijk
– Ze maakte mij lastig
– Ze ondermijnde mijn geloofwaardigheid
– Ze riep spot of afwijzing op
– Ze wekte angst op

En dus leerde ik zwijgen.
Ik werd stil.
Ik slikte in.

In de rol van kind. In de huid van een student. In de blik van een vriendin. In het ritme van een relatie. In de verwachtingen van een dochter. In het afscheid van een ex. In het leven van een mens.

Tot mijn lichaam begon te spreken. Want wat ongeuit blijft, zoekt zijn eigen uitweg.

Het patroon dat ik mezelf had aangeleerd

“Anderen hebben het vast erger gehad,” hoorde ik mezelf zeggen. Alsof mijn verdriet minder recht van bestaan had.

Ophelie sloot haar ogen. Zuchtte diep en schudde haar hoofd.
“Je hebt alle reden om te voelen wat je voelt.” Zei ze zacht.

Het kwam binnen.
Want ook die neiging, mezelf vergelijken, mijn verhaal verkleinen, bleek een oude strategie.
Een manier om afstand te houden van de pijn.

Als kind had ik die vergelijking nodig gehad om te overleven:
– Als het bij anderen erger is, mag ik niet klagen
– Als ik klein blijf, word ik misschien aanvaard
– Als ik stil ben, val ik niet op
– Als ik me aanpas, blijf ik misschien veilig

Deze strategieën waren ooit noodzakelijk. Beschermend. Maar nu… Nu houden ze me weg van mezelf.

Ik geef niemand de schuld.
Iedereen handelt vanuit wat hij of zij op dat moment aankan.
Maar ik voel: het is tijd.
Tijd om deze patronen te zien voor wat ze zijn. Niet als fouten, maar als sporen van overleven.
En tijd om ze los te laten, zacht maar vastberaden.

Wat er nu komt

Dit was geen eindpunt. Integendeel.
Binnenkort plannen we een nieuw moment.
Een nieuwe sessie, een nieuwe laag, een nieuw stuk waarheid dat licht ziet.

Na afloop bleven we nog even zitten.
Ze luisterde, echt luisterde, naar hoe mijn hoofd structuren had gebouwd om te overleven. Naar hoe ik, met de beste bedoelingen, mijn gevoeligheid had verpakt in strategieën.

En nu… nu sta ik stil bij deze vraag:
Als nog meer van die muur afbrokkelt
hoeveel ruimte komt er dan vrij?
Hoeveel licht zal dan eindelijk ongehinderd kunnen stromen,
naar binnen én naar buiten?

Waarom ik dit deel (en waarom het misschien ook voor jou is)

Misschien zie je jezelf ergens in dit verhaal.
Misschien dacht jij ook dat het verleden verwerkt was, omdat je erover kon praten.
Helder. Objectief.
Maar voel je het ook écht?
Of is er nog een laag, een muur, die jou beschermt tegen de rauwheid van wat eronder ligt?

Dit is geen pleidooi voor slachtofferschap. Het is een uitnodiging tot moed. De moed om toe te laten dat genezing zich niet altijd laat vangen in woorden. De moed om te voelen wat het lichaam al weet.

Want net voorbij het ongemak, voorbij de weerstand en de schaamte, daar wacht iets echts. Daar wacht de vrouw die ik werkelijk ben.

En ik voel: ik kom dichter bij haar.

Over patronen en conditionering

Eén van de belangrijkste inzichten uit deze sessie:
Onze kindertijd vormt ons. Niet alleen in wie we worden, maar vooral in hoe we overleven.

We ontwikkelen mechanismen; vaak onbewust, die ons beschermen.
Maar wat toen hielp, houdt ons nu soms tegen.

Herkenbare overlevingsstrategieën zijn bijvoorbeeld: – Emoties onderdrukken (“niet huilen”) – Jezelf onzichtbaar maken (“geen last zijn”) – Altijd sterk willen zijn (“dan word ik aanvaard”) – Je ervaringen relativeren (“anderen hebben het erger”) – Geen grenzen stellen (“boosheid is niet netjes”)

Deze patronen waren ooit waardevol. Nu vragen ze om zachtheid.

Want pas wanneer we ze met bewuste aandacht durven aankijken, kunnen we ze transformeren tot iets nieuws.

De wetenschap achter lichaamswerk en trauma

Het kan helpend zijn om niet alleen te voelen, maar ook te begrijpen. Waarom reageert je lichaam zoals het doet? Waarom bevriest het, sluit het zich af, of slaat het op tilt bij onschuldige prikkels?

Hieronder enkele wetenschappelijk onderbouwde bronnen die uitleggen hoe trauma zich in het lichaam nestelt, en wat nodig is voor heling:

Bessel van der Kolk, The Body Keeps the Score
Een klassieker die uitlegt waarom praten over trauma niet altijd genoeg is, en hoe het lichaam meeschrijft aan het verhaal.

Pat Ogden e.a., Trauma and the Body
Belicht het belang van lichaamsgerichte therapie, en hoe aanraking een ingang kan zijn tot diep herstel.

Stephen Porges, The Polyvagal Theory
Toont hoe het autonome zenuwstelsel werkt bij stress, en waarom we soms letterlijk ‘bevriezen’ in plaats van vechten of vluchten.

-– Peter Levine, Waking the Tiger
Maakt inzichtelijk hoe dieren trauma instinctief verwerken, en hoe wij mensen dat opnieuw kunnen leren.

➤ Meer lezen? Zie ook Trauma Healing Belgium of somatic-experiencing.nl

Een persoonlijke noot


In de mogelijkheid dat herkenning kan helen. In de schoonheid van groei, ook als het pijn doet.
Iedereen in mijn verhaal deed wat ze konden met de middelen die ze hadden. Ik koester geen wrok. Ik zoek geen schuldigen.
Ik zoek alleen naar waarheid. Naar vrijheid. Naar de vrouw zonder muur.
Want dat is wie ik werkelijk ben

Wil je meer verhalen over deze reis? Over de sessies die komen, de doorbraken en de momenten waarop de muur verder afbrokkelt?
Laat het me weten. Want dit is pas het begin van een prachtige transformatie…

Alles wat ik hier deel, komt voort uit mijn eigen ervaring.
Als een open raam naar mijn verwerkingsproces.

Ik geloof in het helende potentieel van herkenning. In de waarde van verhalen die niet opgesmukt zijn, maar echt.

Ben je benieuwd naar het vervolg? Naar de komende sessies, inzichten en momenten waarop de muur verder afbrokkelt? Laat het me weten.

Want dit is nog maar het begin van iets groters.
Iets echts.
Iets wat zich wil tonen, muur na muur.

Banner foto: DON MIL04K

Meer lezen?

  • Zwaartekracht
    Isaac Newton beschreef zwaartekracht in de 17de eeuw als een kracht die elke massa aantrekt, en dat volgens de beroemde formule F = G·m₁·m₂ / r². later toonde Albert Einstein aan dat zwaartekracht geen mysterieus touw is, maar een gevolg van de manier waarop massa de ruimte‑tijd kromt. hij leerde ons dat de zonmassa de ruimte om ons heen buigt, en zó onze banen bepaalt.
  • Zorg voor je paard, rust voor jezelf
    Stefanie staat breedlachend met een schep lekkers coor de paarden.
  • Zonder dominantie komt de natuur heel dichtbij
    Het begint met aandacht. Met handen die voelen, met tijd nemen om te ervaren hoe materiaal zich gedraagt tegen de huid. Deze foto toont de essentie van Het KernBos: praktisch leven wat we geloven. Geen grootse visies, maar eerlijke keuzes die beginnen bij het tastbare – bij natuurlijk linnen, ongebleekt katoen, en stoffen die de huid niet hoeven te verdragen maar mogen ontvangen. Want het lichaam weet altijd wat klopt, nog voor het hoofd een oordeel vormt.foto: A. Krasnikova